dinsdag 12 mei 2009

Berkeley en immaterieel erfgoed

Vrij naar wikipedia.. een filosofisch tussendoortje. Met het oog op de (eerder besproken) toepassing van museologische modellen en achterliggende gedachten. 

George Berkeley (Kilkenny12 maart 1685 – Oxford14 januari 1753) was een Iers filosoof vanEngelse afkomst. Anglicaans geestelijke (bisschop). Hij wordt beschouwd als de grondlegger van hetspiritualistisch of subjectief idealisme.

Berkeley is vooral bekend/berucht vanwege zijn immaterialisme. (...) In het werk dat aan zijn hoofdwerk vooraf gaat, betoogt hij dat we de zintuigen niet te veel moeten vertrouwen. Zo besteedt hij veel tijd aan het betoog dat we met onze ogen afstanden niet direct zouden kunnen waarnemen, en de impliciete conclusie is dat onderscheiden dingen buiten ons niet hoeven te bestaan. (...) De natuur bestaat slechts uit vingerwijzingen van het opperwezen die de mens maar moet zien te interpreteren. Het wezen van de materiële dingen bestaat slechts doordat ze op een bepaalde manier waargenomen worden (esse est percipi, 'zijn is waargenomen worden'). Het zintuiglijk waarneembare wordt opgevat als de taal waarin God tot ons spreekt. 

(Oké, hij was dus wel zeer gelovig, maar desalniettemin een interessante gedachte. )

Een bekende vraag die Berkeley stelde is: Als in een verlaten bos een boom omvalt, en niemand hoort het, heeft de boom dan wel geluid gemaakt? Hij vindt van niet, omdat alleen materiële dingen die ervaren worden ook echt bestaan (in gedachten). Spirituele dingen hebben daarentegen een eigen bestaan; de ziel van de mens bestaat zonder meer.

De Nederlandse wiki gaat niet heel diep op de man in. Hij schreef verder onder andere Three Dialogues between Hylas and Philonous Waarin hij de hoofdpersonen filosofische discussies laat voeren. 

Hieronder een passage, waarin de karakters het hebben over 'conceived objects', iets waar we in de scriptie waarschijnlijk nog even op terug zullen komen: 

"Having deflected Hylas' objections for the time being, Philonous now presents his favorite argument of all, one that he says he is willing to rest everything on. The argument is intended to show that the very idea of a physical object existing outside of the mind is inconceivable. The intuition behind his claim is this: you cannot conceive an unconceived object, because in order to conceive the object you must, of course, conceive it; as soon as you have the object in your head you have conceived it. Put in plainer terms: you cannot have an object in mind, without having it in mind. So you cannot even try to meet the challenge without immediately failing.
 
It is easier to understand this argument if you compare it, as Philonous does, to the case of seeing. Is it possible to see an unseen object? Of course not, because the second you see it, it has been seen. The same goes for conceiving of an unconceived object. So we cannot even form the idea of an object existing out of all minds; it is an incoherent, self-contradictory notion.
 
In its full form the argument runs like this:(1) We can conceive of a tree existing independent of and out of all minds whatsoever only if we can conceive of the tree existing unconceived.(2) But it is a contradiction to speak of conceiving an unconceived object.(3) Hence we cannot conceive of a tree (or anything else) existing independent and out of all minds.
 
Hylas is impressed with this argument, but he still cannot shake the feeling that there are mind-independent objects, and he refuses to give up the good fight. What about distance?, he asks. We see the moon and stars as far off, so how can they be in our mind? Philonous, in response, points out that we perceive distance in our dreams as well. The appearance of distance does not, therefore, indicate that the "distant" object is outside of our mind. But, Hylas asks, then are our senses not somewhat deceptive if they suggest "outness" or "distance" when there is really no such thing? Philonous explains that the senses are merely indicating to us what further succession of ideas we will encounter, and it is only our own misunderstanding of these signals that has led us to believe that there is such a thing as outward distance. A blind man seeing the world for the first time, he claims, would not take these signs to indicate distance."

Share/Bookmark

Geen opmerkingen:

Een reactie posten